donderdag 3 november 2011

November

Ik heb het niet zo voor deze periode. Ik weet niet hoe het komt, er zijn jaren dat het me niks doet maar dit jaar is duidelijk anders. Zonder dat ik weet hoe het komt. Het voelt meestal als een verplicht nummertje. En ik heb er een grondige hekel aan. Heel mijn pubertijd zorgde het steevast voor scènes. Op het kerkhof. Ik haastte me door de gangen en probeerde het fezelen te negeren. Maar altijd was er wel iets. Een opmerking: "heb je gezien wat ze aan heeft" of het bekijken van een kaartje bij een bloempot en vooral het verplichte rondje langs graven van mensen waar we eigenlijk niks mee hadden maar waarvan ze het nodig vond om eens te gaan zien of iemand anders ook aan hen gedacht had. En of het proper was. En toch, soms overvalt het me en ga ik langs. Winter, zomer, maakt niet uit.

De laatste keer was het november. Ik passeerde er met de fiets en ik zag de chrysanten. Ik wou haar gaan bezoeken. Maar ik liep er wat verloren. Ik had eigenlijk al afscheid genomen, toen ze naar de instelling verhuisde. Ik zag haar veel minder na de scheiding van mijn ouders en toen was ze eigenlijk ook al een beetje weg. De verhalen die me bereikten beloofden niet veel goeds.

Ik kon zo de weg vinden naar het graf van haar man. We waren er zo vaak samen geweest. En ik kon me niet inbeelden waarom ze niet daar lag. Ze zou het waarschijnlijk wel zo gewild hebben, want ze miste hem zo hard. Ook al was ik nog maar een metertje hoog, ik kon het voelen. En daar stond ik dan. Te midden van al die mensen met hun chrysanten. De weg kwijt. En op de begrafenis was het afscheid op een andere plek georganiseerd, iets met een andere begrafenis ofzo.

Ze kwam op me af. Ik huiverde, zoals ik altijd wel deed als ik haar zag. Ze zag er een beetje raar uit, haar tanden stonden scheef en ze had winter zomer altijd polswarmers aan. In zwarte kant. Ze reed op haar brommer en riep altijd luid mijn naam. En dan schaamde ik me een beetje. Al had ze een hart van goud. Ze begreep meteen wat ik daar deed en toonde me de weg en dat ik de groeten moest doen thuis. Ze kneep nog eens in mijn arm. Ik knikte en haastte me weg in de hoop dat niemand het gezien had. En dat was de enige keer dat ik er was. Ik zou waarschijnlijk de weg niet vinden en zij zou me deze keer niet kunnen helpen, want ook zij moet daar nu ergens liggen. Net als haar man.

1 opmerking:

  1. mooi verhaaltje, ook een beetje akelig eigenlijk.
    Tja, 1 november, 't is een traditie hé! De overledenen herdenken, of eens extra in de 'bloemetjes' zetten....

    BeantwoordenVerwijderen