Het is niet altijd mijn beste kant, maar soms ben ik gewoon goed. Kijk naar buiten, het is niet meteen het meest zonnige weer voor een zomerjurk, blote schouders en armen incluis. Mijn sjaal is niet af, oh nee. Over naar plan b. Gisteren vroeg de Gentse winkelstraten ingetrokken, bij de leverancier van mijn kleedje hadden ze dat vestje waar ik de vorige keer al voor verwaterde, een zwarte bolero die ik al lang eens wou aanschaffen en nog een kleurig topje. Ja, enkel het tweede was echt noodzakelijk. Volgende stop: de lingeriewinkel, een topje met blote rug (ja, k verwacht ooit zonnig weer) moet een gepaste bh. Daarna nog twee hemden mee genomen voor mijn wederhelft, al denk ik dat ik ze terug ga mogen brengen wegens niet zijn kleur, maar ze zijn wel super natuurlijk. Nog het kruidvat ingedoken en daarna een kaartje aangeschaft. Op mijn dode gemakken kon ik iets gaan eten in de Vooruit waar we later de Gentse feesten vergadering van gentblogt hadden en dankzij mijn efficiëntie eens kon blijven plakken.
Ik heb ook zo'n verhaal, zelfs twee. Maar laat ik het op het plezante houden. Het was een dinsdag, mijn lief kwam thuis van het buitenland en ik werkte thuis. Hij zat tegenover mij zijn mails te lezen toen de bel ging. Twee dames van het Aziatische type, niet dat dat belangrijk is of misschien toch wel voor de manier waarop ze me een vraag wouden stellen, veel met het hoofd knikkend enzo. Of ik dacht dat de wereld ooit zou eindigen nu er veel in de media kwam over opwarming en zo. Nee, ik dacht het niet. Bleek ik nog wel gelijk te hebben want in de bijbel bij de één of andere mannennaam (ah ja) stond een passage die ze me even ging voorlezen. Iets over God die de wereld een plaats heeft gegeven tot in het oneindige of tot hij dat anders ziet. Dus nee, de wereld zou niet ophouden te bestaan. Ik wou beginnen discussiëren dat hij misschien van gedacht veranderd is, maar hield wijselijk mijn mond. De wachttoren weigerde ik beleefd, het flyertje met een tekening met een lieflijk riviertje waarlangs mensen in hutjes woonden met een veelzeggende titel die me nu ontsnapt, iets van vrede en zo, nam ik aan en ik wenste hen nog een goede dag. Hun opdracht, de boodschap verspreiden, hadden ze al vast gedaan.
Toch het tweede verhaal? De bel gaat, logisch, maar er staat niemand, veel geduld had ze blijkbaar niet maar ze kwam wel snel af, een bundeltje kaarten vasthoudend. Ze doet haar verhaal over kanker en kindertjes en ziekenhuizen, ze kan haar West-Vlaamse accent niet verbergen, maar gooit er een paar Gentse ziekenhuizen tussen. Ik laat haar haar verhaal doen en weiger dan. Ze trapt het af en ik hoor haar nog luid zeggen: "had dat dan eerder gezegd, kalle."
Ik rush nog meer door mijn weekends dan door mijn werkdagen lijkt het tegenwoordig wel. Al drie weekends op rij is het mij gelukt om tijd te vinden om naar West-Vlaanderen te treinen (een uur door - een uur terug, jawel). Maar het huishouden en dit blogje zijn er een beetje bij ingeschoten. Beterschap in zicht, want ik heb een boekje waar ik ideetjes in noteer, soms zelfs al volledig in blogvorm. Misschien vind ik wel tijd om ze online te krijgen.
De buren zijn nog steeds aan het werken: boren, vloeken, onherkenbaar lawaai,... Eigenlijk de achtergrond die ik op het werk ook hoor nu ze daar een verdiep aan het klaarmaken zijn. Dus is er geen reden om niet thuis te werken, behalve dat de angsthaas in mij af en toe zijn hart vast houdt. Ik ben nogal gehecht aan mijn bakstenen hoopje, zeg maar. Ach, ik ben al langer op de been, een thuiswerkdag is ideaal om de planning van het Project te doen, en vandaag wordt het een leuk dagje met artikels met foto's, een serieus artikel en ook iets luchtiger, nu en straks bij het Project. Tot zover het streepje reclame. Daarna vlug de douche in en ik zit te werken op een deftig uur. Toen ik in de douche stond hoorde ik het gerommel, blijkbaar zijn ze aan die muur of het dak bezig. Gestommel, krak... Ik zag zo al het hoofd van een werkman verschijnen in mijn badkamer en dat leek me niet zo een prettig vooruitzicht eigenlijk. Geen vrijdags getreuzel dus.
Het was één van de meer intelligente opmerkingen die gisteren uit mijn mond kwam. Het werd een luie zondag, nagenieten van het geslaagde feestje, al zeg ik het zelf, bijna vergeten dat we nu een vaatwas hebben, smullen van de restjes (heel relatief), de rolletjes in de diepvries stoppen, verse soep van de gesneden groenten die nog in de koelkast zaten, de koekjes bakken die ik uit faalangst niet durfde serveren, verwonderd zijn dat er nog zoveel drank en eten over was, zuchten, de kat zoeken, de servietten samenzoeken, flarden van gesprekken uitwisselen,... en mijn neus snuiten, niet één keer maar één miljoen keer. Zo saai, hoofdpijn van een verkoudheid ipv een kater, dit is dus dertig worden. En nogmaals bedankt aan iedereen.
Wat zeker klopt is mijn enthousiasme om dingen te doen terwijl ik eigenlijk al over mijn oren in het werk zit, dit testje is er zo één van. Het is een constante op evaluatiegesprekken, alleen wordt het dan meestal verwoord als groot gevoel voor collegialiteit.
... dat mijn grootmoeder vertelde dat ze voor mijn grootvader een ander lief had, een wielrenner, nog wel en dat ze vaak naar de koers ging en ik dus begin te denken dat ik dat vaker moet doen, ... dat de man van mijn ma tijdens de kennismaking met de ouders van mijn lief aankondigt dat hij het glazen servies van mijn grootmoeder weggegooid had omdat het op zolder staat (waarvoor dient een zolder anders?) en op mijn verdriet (want ik was dat servies beloofd) reageerde met: op de rommelmarkt vind je wel glazen, ... dat mijn lief luid Sven Nys aanmoedigde en mij versteld deed staan.
Alles loopt deze week samen: - belangrijke nota's die afgewerkt moeten worden, - vergaderingen, - de rush van de voorbereiding voor de levering van de keuken, - een krolse kat, - een verstopte neus, - en al de dingen die ik vergeet.
Straks terug naar de primer, maar nu eerst mijn nota afwerken.
Positief is dan weer dat we gisteren, voor de eerste keer dit jaar, naar een optreden zijn geweest. Maäk's spirit, gehoord via Neve op Klara en mijn lief heeft zomaar gezegd: bestel maar, gewoon vertrouwen op mijn smaak. En ik heb hem niet teleurgesteld. Voor het optreden mocht ik nog hun cd afhalen (gewonnen!) en de cd-rom met de rest van de foto's.
Ik was zaterdag in mijn geboortedorp en ik loop de slager binnen.
- "Een halve kilo kalkoenfilet aub." De slager kijkt me verbaasd aan.
- "In sneedjes of in een stuk."
- "Euch, het is om te wokken." Ik begrijp zijn vraag niet goed.
Hij begrijpt mijn antwoord niet. "Ach, dan is het in één stuk", zegt hij na even twijfelen.
Ik krijg nog een zakje kruiden en reken af. Het is pas als ik buiten sta dat ik besef dat kalkoenfilet bij mijn slager in West-Vlaanderen ook tussen de boterham kan, wat bij mijn slager in Gent dan weer kalkoengebraad is. Ik verlies mijn taal!
Ja, het zijn solden, maar ze lijken deze keer niet aan mij besteed. Bij elke trui die ik vastneem denk ik: "ik zou dat in een ander kleur, zachtere wol,... doen." Nog even de truien die ik heb doordragen en breien. En mijn nieuwe botten die ik nodig had vond ik voor de solden in een uitverkoop aan een niet te versmaden prijs. Nee, een collega leerde me taaldrop kennen. Elke werkdag een mailtje met een kort kwisje: "wat is verkeerd aan de volgende zin?" Een korte en leerrijke verstrooiing.
Vergeet bij het autorijden niet in de achteruitkijkspiegel te kijken, waarschuwde de rij-instructeur.
En wat zat er nu in dat pakje bij de post, vraagt u zich misschien af. Wel, ik mag het eigenlijk niet zeggen. Nee, het heef tniks met Het Project te maken, wel alles met mijn nieuwsgierigheid. Regelmatig krijg ik enquêtes in mijn mailbox binnen en zo ook deze. Een nogal saaie enquête met relatief stomme vragen (wil u dat het product a. te weinig chocolade b. juist genoeg chocolade c. te veel chocolade bevat?) over een nieuw product dat nog gelanceerd moet worden. Wat me wel opvalt, is dat er steeds meer een sfeer van geheimzinnigheid rond hangt. Een aantal jaar terug werd je aangesproken op straat om eens te proeven en je mening te geven, meestal in de buurt van de Korenmarkt. Nu is de eerste vraag: werk je in de reclame, marketing, pers,.... Enfin, voor mij niet gelaten, ik mocht een proefpakketje afhalen bij de Post. Enkel te gebruiken binnen mijn huishouden, top secret,... Dit weekend bestond mijn huishouden uit veertien en het smaakte wel zo op een zondagmorgen bij het ontbijt, een beetje decadent. En wat het was? Mag ik niet vertellen, maar ik heb een filmpje...
Deze morgen heb ik me overslapen, correctie hebben wij ons overslapen. Een uur, om precies te zijn. Maar zonder douche en ontbijt kom ik niet buiten, dus was er tijd voor het ochtendjournaal en toen hoorde ik dat banken rekeningen geblokkeerd hebben omdat de eigenaar hen nog geen kopie van hun identiteitskaart bezorgd hebben. Ik was nog niet goed wakker, maar toch kwam de herinnering van mijn bank me voor de geest. Het had tussen mijn rekeninguittreksels gestaan en die bekijk ik ook zelden meer dan enkel vluchtig. Ik zie het tegen mijn lief, die me niet wou geloven. Het gaat toch vooral om mensen in het buitenland, mensen die hun rekening zelf niet beheren, en nonchalante mensen. En toen wou hij me wel geloven, want ik ben miss nonchalance, papieren en administratie zijn een gruwel. Ook toen ik naar mijn bank belde wou de dame aan de andere kant van de lijn me niet geloven, maar toch, het stond in haar systeem: Ik ben nonchalant!
"En wat zijn je plannen voor morgen?" Mijn lief stelt de vraag. Hij heeft een lang verbouwweekend gepland. "Euch, ik doe van planning en ik ga strijken, veel strijken." En naar Steve+Sky op video (jawel, de prehistorie) kijken. Het is kwart na drie, waar wacht ik op?
In de Spar aan de Zwijnaardsesteenweg sta ik aan de kassa met een maxi-versie kattenvoer en twee flessen rode wijn (1+1 gratis). Ik voel me redelijk marginaal. Ik heb al twee films achter de kiezen en ben aan het twijfelen voor een derde.
Aan de wibra aan het station kom ik drie puberjongens tegen. 14, schat ik. Schoon roksken, roept één. Ik kijk hem niet aan. Maar loop verder met mijn kattenvoer en twee flessen rode wijn.
"Ik ben een domme schacht", klinkt het eensgezind in de Koningin Elisabethlaan. De schachtentemmers voeren hun vee mee naar het station. Ik zie groen en wit, VTK of rechten dacht ik. Of toch Economie? Slierten voedingswaren en andere smurrie op hun kleren, de dag is nog lang.
Ik wou dat ik iets had kunnen schrijven over mijn dansles. Het was vandaag de eerste les maar ik heb die overgeslagen. Ik ben pas om kwart voor acht van het werk thuisgekomen, de les begint om acht en ik had nog niet gegeten. Veel werk? ja, dat kun je wel zeggen. Het zou natuurlijk beter zijn als ik vroeger zou kunnen beginnen werken maar dat lukt niet zo best. Als we bij mij slapen, hoor ik steeds de kat lopen. Mijn oude huis kraakt langs alle kanten ook al is ze bijlange nog geen Garfield. Uitwijken naar de werf heeft weinig zin. Ja, er ligt een vloer maar er zijn nog steeds geen deuren. De voordeur is afgezet met hout maar tussen de spleten kijk je zo buiten. De achterdeur is besteld maar nu het dak van het koertje is kun je eigenlijk zo binnen. De kat liep er zo al graag rond en het werd te riskant om haar kwijt te raken. Ook de deur naar de trap is verdwenen, dus eigenlijk is er alleen de deur van de slaapkamer en dan ben je binnen. Griezelig vind ik dat. Ik hoor zo al geluiden in mijn slaap waarvan ik overtuigd ben dat ze echt zijn, dat het ontbreken van een hoop deuren alleen maar voor meer verwarring zorgt. In het duister beginnen mijn gedachten dan te dwalen, hoor ik iets kraken, een voetstap, een dier op zoek naar voedsel, de waaslandwolf, een verdwaald knaagdier,...
Zes reacties, zes mensen die nieuwsgierig genoeg zijn om een reactie te durven plaatsen. En nog een handvol mails. En nu zal ik iedereen moeten teleurstellen. Er is wel nieuws, goed nieuws, maar niet wat iedereen dacht. Dat is zo een beetje wat ik onthoud van gisteravond. Geen hond, geen trouwjurk, geen kindje, geen samenhokken,... Nee, mijn lief heeft gisteren een arbeidscontract bij een nieuwe werkgever getekend. Dus Joke, je had het eigenlijk een beetje kunnen weten, niet online maar wel op het feestje. Nieuw is relatief want eigenlijk keert hij terug naar een oude werkgever. Al sinds ik hem ken spreekt hij enkel in lovende woorden over die job van vroeger en klaagt hij over zijn huidige functie. Ik denk dat weinigen beseffen hoeveel keer ik hem de vacaturepagina's onder de neus heb gewreven. Die werkgever is gewoon de reden dat die dingen bestaan. En telkens technische functies bij een andere verantwoordelijke, zodat de problemen uit het verleden eigenlijk niet zouden mogen meespelen. Maar het water was diep, heel diep... Maar nu is het dan toch gelukt om hem te doen telefoneren en vooral tekenen. Ik ben zo blij want misschien wordt het nu een job waar hij wel zijn ideeën in kwijt kan. En dat het aanpassen wordt, gedaan met glijdende uren van zijn kant, gedaan dus met concertje meepikken in de week en iets langer blijven liggen 's anderendaags, gedaan met rekenen op hem om vlug boodschappen te doen, het wordt organiseren...