donderdag 28 april 2011

Gesprek

Hij kijkt me strak aan. Ik ben een lesje aan het aframmelen, zo voelt het toch. Het lukt me moeilijk om uit mijn woorden te geraken, zeker als hij zo kijkt. Ik word er wat ongemakkelijk van, maar kan het gevoel niet van me afzetten. Ik blijf rond kijken om aan zijn blik te ontsnappen, er zitten nog mensen aan de tafel, ook al noteren die. Hij blijft kijken. Na mijn betoog waar ik allesbehalve tevreden over ben, neemt hij woorden uit mijn monoloog van me over en stelt een venijnige vraag, terwijl hij me strak blijft aankijken. Een glimlach om de mond. Hij daagt me uit. Ik kijk hem nu ook strak aan en antwoord scherp. Dat ik me niet kan uitspreken over geruchten over anderen maar op zijn oordeel vertrouw om dergelijke geruchten te onderzoeken. Ik blijf hem aan kijken, hij lacht nu luid. Heb ik hem nu overtuigd? Hij heeft geen vragen meer. Ook de anderen hebben er geen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen